
Spiko EU T-Bills Money Market Fund
EUTBL#78
Wat is Spiko EU T-Bills Money Market Fund?
Spiko EU T-Bills Money Market Fund (ticker EUTBL) is een in de EU gedomicilieerd, UCITS-gereguleerd geldmarktfonds voor de korte termijn met een variabele intrinsieke waarde (NAV), waarvan de aandelen op publieke blockchains worden weergegeven als overdraagbare tokens. Het fonds is ontworpen om beleggers eurogenomineerde cash-equivalente exposure te laten aanhouden en verplaatsen met dagelijkse, op NAV gebaseerde boekhouding, in plaats van te vertrouwen op bankdeposito’s of ongereguleerd stablecoin‑kredietrisico.
Het kernprobleem waarop het mikt, is operationeel: in de traditionele financiële wereld wordt toegang tot institutionele geldmarktfondsen doorgaans beperkt door intermediairs, cut-off tijden en hoge minimuminleg, terwijl in crypto “cash” meestal wordt uitgedrukt als door banken uitgegeven stablecoin‑verplichtingen of over‑gecollateraliseerde synthetische dollars/euro’s. Spiko’s “moat” is dat het een gereguleerde fondsstructuur (met een formele administrator/depositaris‑stack) combineert met een on-chain aandeelhoudersregister en compliance‑toegang, met als doel “risk‑off” onderpand beter uitlegbaar te maken voor crypto‑native settlement en treasury‑management onder een Europees toezichtregime in plaats van via een offshore‑issuer‑narratief.
Spiko beschrijft EUTBL en het zusterfonds USTBL als getokeniseerde aandelen van UCITS‑geldmarktfondsen die zijn goedgekeurd door de Franse toezichthouder, waarbij beleggersactiva niet door Spiko zelf worden aangehouden en overdrachten beperkt zijn tot geverifieerde/toegelaten beleggers, om de juridische aard van fondsaandelen als geregistreerde instrumenten te weerspiegelen, niet als toonder‑cashtokens.
Qua schaal valt EUTBL in het RWA‑segment “on-chain T-bills / geldmarkt” in plaats van te concurreren als een L1 of generieke DeFi‑primitief. Vanaf begin 2026 plaatsen externe RWA‑dashboards de totale waarde/marktwaarde van EUTBL in de middelhoogte honderden miljoenen dollars, met een houdersbasis in de lage duizenden en waarneembare on-chain activiteit gemeten in honderden maandelijks actieve adressen. Dat is betekenisvol voor een op de whitelist gebaseerde, op security‑tokens lijkende asset, maar klein in verhouding tot mainstream stablecoins.
Op protocolniveau (geaggregeerd over Spiko’s getokeniseerde geldmarktproducten op verschillende chains) laat DeFiLlama zien dat Spiko richting ongeveer een miljard dollar aan TVL gaat, verspreid over Arbitrum, Stellar, Polygon, Ethereum, Base, Starknet en Etherlink. Dat onderstreept dat Spiko’s “netwerkeffect” minder draait om één enkele chain en meer om multi‑chain distributie en onderpand‑portabiliteit waar compliance dit toelaat.
Marktkapitalisatie‑“rangorde”‑statistieken voor dergelijke activa blijven ruisgevoelig, omdat ze afhangen van de vraag of aggregators NAV als “prijs” behandelen, of ze compliant‑transfer‑beperkingen kunnen waarnemen en of er reële secundaire‑marktliquiditeit is. CoinGecko liet bijvoorbeeld zien dat EUTBL’s ranking materieel bewoog tussen momentopnamen, terwijl ook werd gemarkeerd dat het handelsvolume effectief nul kan zijn, zelfs wanneer aanbod/NAV groeit, wat consistent is met een primaire markt waarin creatie/redemptie de “prijsontdekking” domineert.
Wie heeft Spiko EU T-Bills Money Market Fund opgericht en wanneer?
Spiko, het bedrijf, werd in 2023 opgericht door Paul‑Adrien Hyppolite en Antoine Michon, en het EUTBL‑fonds zelf vermeldt een start-/lanceringsdatum in medio mei 2024 onder een Franse/EU‑fondsstructuur (Spiko SICAV), met Twenty First Capital als vermogensbeheerder. Spiko positioneert het product als een reactie op een Europese cash‑managementomgeving waarin mkb’s en particulieren vaak contanten onbenut laten op laag renderende bankdeposito’s vanwege fricties en beperkte toegang tot producten.
De bredere economische achtergrond is het renteregime na 2022, waarin kortlopende staatsobligaties opnieuw niet‑triviale rendementen boden, waardoor “cashoptimalisatie” een productcategorie werd in plaats van een afrondingsfout. Spiko’s messaging kadert dit expliciet als het dichten van een structurele kloof tussen Europese depositopraktijken en Amerikaans‑achtige geldmarktfondsen‑adoptie, en het bedrijf haalde in juli 2025 een Series A op onder leiding van Index Ventures om de distributie uit te breiden via partnerships en API‑first integratie.
In de loop van de tijd evolueerde het narratief van “tokenisatie als UX‑ontsluiter” naar “tokenisatie als settlement‑infrastructuur”. In de vroege positionering werd benadrukt dat minimuminleg omlaag ging en 24/7 overdracht van gereguleerde fondsaandelen mogelijk werd, terwijl communicatie in 2025 in toenemende mate de cross‑chain reikwijdte en “on-chain onderpand”‑use‑cases in ecosystemen zoals Arbitrum benadrukte. Daar implementeerde Spiko EUTBL/USTBL als native assets en lichtte het institutioneel onderpand voor DeFi-/prime‑brokerage‑workflows onder compliance‑beperkingen uit.
Deze ontwikkelingsboog is typerend voor gereguleerde RWA’s: de eerste wig is distributie‑efficiëntie; de langetermijnambitie is om “cash‑leg”‑infrastructuur te worden die kan inpluggen op meerdere handelsplaatsen zonder telkens opnieuw een broker-/custodian‑stack te hoeven opbouwen.
Hoe werkt het Spiko EU T-Bills Money Market Fund‑netwerk?
EUTBL is geen op zichzelf staand blockchainnetwerk en heeft geen eigen consensusmechanisme; het is een on-chain representatie van een gereguleerd fondsaandeel dat bestaat op meerdere onderliggende netwerken (bijv. Ethereum L1 en verschillende L2’s/sidechains, plus niet‑EVM‑netwerken zoals Stellar en Starknet, afhankelijk van de deployments van de uitgever).
Het beveiligingsmodel is daarom gelaagd: transactiefinaliteit en censuurbestendigheid worden geërfd van de consensus van de host‑chain (bijv. Ethereum PoS / de rollup‑veiligheidsaannames van Arbitrum), terwijl “asset‑geldigheid” afhangt van off‑chain juridische afdwingbaarheid van het fondsaandelenregister en de operationele dienstverlening van de uitgever (NAV‑berekening, creatie/redemptie, functies vergelijkbaar met een transfer‑agent). Praktisch gezien maakt dit EUTBL dichter bij een permissioned security token dat publieke chain‑rails gebruikt dan bij een toonder‑asset zoals een stablecoin, omdat de juridische claim is verankerd in het gereguleerde fonds en de controls van administrator/depositaris, in plaats van in puur on-chain collateralization.
Technisch gezien heeft Spiko een smart‑contractarchitectuur bekendgemaakt die is opgebouwd rond upgradebare ERC‑20‑achtige tokencontracten met expliciet permissiebeheer: alleen op de whitelist geplaatste adressen die onboarding/KYC hebben doorlopen, kunnen tokens aanhouden en overdragen, met rolverdeling over operationele relayers en een door een multisig gecontroleerde super‑admingroep. De token‑stack ondersteunt standaarden zoals ERC‑2612 (permit) en ERC‑2771 (meta‑transacties), en gebruikt een oracle‑patroon dat compatibel is met de Chainlink‑aggregatorinterface voor het publiceren van officiële NAV on-chain.
In 2025 kondigde Spiko ook de adoptie aan van Chainlink‑tooling voor interoperabiliteit en datapublicatie, waarbij het werd gepositioneerd als een manier om gereguleerde fondstokens “veilig en compliant” over meerdere chains te verplaatsen, terwijl de herkomst van NAV‑rapportage wordt versterkt.
Vanuit een control‑perspectief introduceert deze architectuur bewust centralisatiepunten – upgradebaarheid, permissioning, dagelijkse operationele flows – omdat het product een gereguleerd fondsaandeel is. Tegelijkertijd maakt het het operationele aanvalsoppervlak (compromittering van rollen, foutieve oracle‑publicatie, foutieve batching van redempties) tot een risico van de eerste orde. Spiko stelt dat de eigen contracten professioneel zijn doorgelicht, en er bestaat externe audit‑dekking voor ten minste delen van de stack (zo publiceerde Halborn bijvoorbeeld een auditopdracht voor Spiko’s Stellar‑contracten, gedateerd 2025).
Wat zijn de tokenomics van eutbl?
De “tokenomics” van EUTBL moeten eerder worden begrepen als fondsaandelen‑administratie dan als een crypto‑monetair beleid. Het aanbod is elastisch en wordt gecreëerd of vernietigd via gereguleerde primaire‑markt‑inschrijvingen en redempties; externe datapagina’s tonen doorgaans dat de circulerende voorraad effectief gelijk is aan de totale voorraad, wat weerspiegelt dat de token zelf het aandeelhoudersregister is, in plaats van een begrensde governance‑token met emissies. Deze structuur is noch inflatoir noch deflatoir in de gebruikelijke zin; hij groeit met netto‑instromen en krimpt met netto‑uitstromen, en de “waarde per token” wordt primair door NAV gedreven (het onderliggende T‑bill‑rendement minus fondskosten), niet door vraaggedreven herwaardering rond een vaste free float.
Het fonds wordt beschreven als beleggend in zeer kortlopende schatkistcertificaten van lidstaten uit de eurozone, met een maximale looptijd van minder dan zes maanden en een gemiddelde portefeuillelooptijd van grofweg minder dan 60 dagen. Dit is consistent met een cash‑managementproduct dat duration en mark‑to‑market‑volatiliteit wil minimaliseren in plaats van carry te maximaliseren.
Nut en waarde‑accumulatie zijn eveneens structureel: houders staken EUTBL niet om een netwerk te beveiligen of protocol‑emissies te verdienen, en er is geen “burn‑mechanisme” dat de schaarste vergroot. In plaats daarvan is het economische rendement het netto‑rendement dat in de NAV is ingebed (accumulerende aandelencategorie), minus beheervergoedingen en operationele kosten op fondsniveau, waarbij on-chain overdraagbaarheid balans‑sheet‑mobiliteit en potentieel onderpand‑nut biedt waar tegenpartijen het accepteren.
Spiko positioneert EUTBL/USTBL expliciet als on-chain cash‑managementactiva en potentiële reserve-/onderpandinstrumenten, maar merkt ook op dat overdrachten beperkt zijn tot beleggers op de whitelist. Dit beperkt volledig permissionless composability en maakt “DeFi‑yieldstrategieën” afhankelijk van de vraag of protocollen compliance‑bewuste bewaar‑ en waarderingsworkflows kunnen integreren.
Vanaf begin 2026 tonen marktdatamomentopnamen doorgaans dat EUTBL in een nauwe band rond de NAV‑referentie noteert, met een laag of nul gerapporteerd secundair beursvolume, wat precies is wat je zou verwachten wanneer het dominante mechanisme mint/burn tegenover het fonds is in plaats van secundaire‑markt‑“prijsontdekking”. speculatieve orderboekactiviteit.
Wie gebruikt de Spiko EU T-Bills Money Market Fund?
Feitelijk gebruik wordt beter gemeten aan de hand van posities, transfers en mint/burn‑stromen dan aan de hand van exchange‑omzet. Het waarneembare aantal EUTBL‑houders in de lage duizenden en actieve‑adresstatistieken in de honderden suggereren dat het wordt gebruikt als een treasury-/cashproduct door een beperkt maar niet‑triviaal aantal deelnemers, in plaats van als een breed verhandelde token. RWA‑trackers categoriseren het expliciet als niet‑Amerikaanse staatslening gericht op niet‑Amerikaanse beleggers, wat bevestigt dat dit een gereguleerd distributiekanaal is en geen massamarkt‑“stablecoinvervanger”.
Het herhaaldelijk tonen van verwaarloosbaar handelsvolume door CoinGecko is in lijn met een levenscyclus die wordt gedomineerd door primaire‑marktactiviteit en overdrachten onder nalevingsbeperkingen, wat ook betekent dat “liquiditeit” grotendeels een functie is van aflossingsmechanismen en bereidheid van tegenpartijen, in plaats van DEX‑diepte.
Aan de enterprise‑ en institutionele kant wijzen Spiko’s eigen openbaar gemaakte distributiepartnerschappen meer op fintech‑treasuryrails dan op cryptobeursnoteringen. In de Series A‑aankondiging van juli 2025 noemde Spiko partnerschappen met Fygr en Memo Bank als onderdeel van een strategie om het rendementgevende cashproduct in bestaande bedrijfsfinancierings‑workflows in te bedden, en werd API‑toegang gepositioneerd als een kernkanaal voor distributie. Dat impliceert adoptiepaden die dichter bij “banking‑as‑a‑service + vermogensbeheer” liggen dan bij consumenten‑crypto‑apps.
In crypto‑native contexten werden implementaties zoals de Arbitrum‑uitrol gepresenteerd als manier om hoogwaardig onderpand voor ecosysteemdeelnemers te faciliteren, maar geloofwaardige institutionele adoptie moet nog steeds voorzichtig worden geïnterpreteerd: omdat bezit allowlisting vereist, hangt elke integratie die aan de oppervlakte “permissionless” lijkt nog steeds af van compliance‑onboarding, wat de groei van adressen kan afremmen, zelfs wanneer het beheerd vermogen groeit.
Wat zijn de risico’s en uitdagingen voor de Spiko EU T-Bills Money Market Fund?
Regelgevingsrisico is paradoxaal genoeg zowel verminderd als geconcentreerd. In vergelijking met veel crypto‑rendementsproducten profiteert EUTBL van een duidelijk gedefinieerde EU‑fondsstructuur en een benoemde nationale toezichthouder, wat de kans op narratieven rond “ongeoorloofde effectenuitgifte” in de eigen jurisdictie verkleint. Maar het betekent ook dat het product moet opereren onder strikte beperkingen op overdracht, marketing en beleggersgeschiktheid, die virale distributie beperken.
Het expliciete allowlist‑model introduceert, hoewel in lijn met compliance, centralisatievectoren: een operator kan overdrachten blokkeren door adressen te diskwalificeren; upgrades kunnen het contractgedrag wijzigen; en de betrouwbaarheid van NAV‑publicatie, mint/burn‑poorten en batchgewijze aflossingen wordt een cruciale operationele afhankelijkheid in plaats van een emergent kenmerk van gedecentralide validatie. Spiko’s eigen technische beschrijving legt de nadruk op UUPS‑upgradebaarheid, op rollen gebaseerde rechten en interne relayers voor NAV en operaties; allemaal rationeel voor gereguleerde dienstverlening, maar ze vergroten sleutelbeheer‑ en governancerisico’s vergeleken met onveranderlijke toondertokens.
Los daarvan merken crypto‑dataproviders vaak op dat het on-chain tokencontract een proxy-/upgradebaar‑patroon volgt en dat een eigenaar de code kan wijzigen, wat een relevant risicosignaal is, zelfs als de intentie van de uitgever operationeel onderhoud is in plaats van opportunisme.
De concurrentiedruk neemt toe omdat “getokeniseerd cash” een druk bezette RWA‑categorie wordt met meerdere geloofwaardige uitgevers. Grote spelers zoals de getokeniseerde‑fondsinitiatieven van BlackRock en crypto‑native gevestigde namen zoals Ondo hebben referentiepunten helpen vestigen voor on-chain cashproducten, terwijl Circle’s euro‑stablecoin en andere gereguleerde e‑geld‑oplossingen strijden om de “euro‑on‑chain”‑top‑of‑mind, ook al verschilt het risico-/rendementsprofiel materieel.
DeFiLlama’s concurrentieset rond Spiko omvat andere RWA‑uitgevers en getokeniseerde rendementsproducten die juist sneller kunnen opschalen omdat ze minder door compliance worden begrensd, al gaat dat vaak gepaard met grotere juridische of kredietrisico‑onduidelijkheid. Macro‑omstandigheden vormen eveneens een economische bedreiging: als de kortetermijnrentes in de eurozone substantieel dalen, slinkt het netto‑voordeel na kosten ten opzichte van deposito’s, en wordt de frictie van allowlisting en fonds‑onboarding moeilijker te rechtvaardigen, vooral voor gebruikers die alleen transactionele euro’s nodig hebben in plaats van rendement.
Wat is de toekomstvisie voor de Spiko EU T-Bills Money Market Fund?
De meest geloofwaardige forward‑looking these is een verdere uitbouw van conforme interoperabiliteit en diepere integratie in zowel fintech‑treasury‑stacks als crypto‑onderpand‑workflows, maar met een harde bovengrens opgelegd door gereguleerde overdrachtsbeperkingen. Spiko heeft zijn roadmap publiekelijk gekoppeld aan gestandaardiseerde datapublicatie (NAV “golden record” on‑chain) en aan Chainlink‑gebaseerde cross‑chain‑infrastructuur die compliance‑controles moet behouden terwijl distributie over netwerken wordt uitgebreid. Indien goed uitgevoerd kan dit fragmentatie en operationele overhead verminderen naarmate de asset zich uitbreidt voorbij een handvol chains.
Het bedrijf heeft ook bereidheid getoond om te deployen waar de activiteit geconcentreerd is – zoals Arbitrum – en om EUTBL te positioneren als onderpandgeschikte settlementvoorraad, wat een pragmatische strategie is gezien het feit dat secundaire handelsplatformen voor gereguleerde fondsdeeltokens structureel beperkt zijn.
De structurele hindernis is dat het succes van EUTBL minder afhangt van “communitygroei” en meer van operationeel vertrouwen en gereguleerde distributie: fondsadministratie, bewaring door een depositaris, nauwkeurige en tijdige NAV‑servicing, robuust sleutelbeheer voor upgrade‑ en operatorrollen, en schone interfaces voor tegenpartijen die EUTBL als cash‑equivalent onderpand willen behandelen zonder ongedocumenteerde juridische exposure te lopen.
Als Spiko’s multichain‑voetafdruk blijft groeien, groeit ook het risicovlak: elke nieuwe chain voegt variatie in wallethulpmiddelen toe, complexiteit in bridging/interoperabiliteit en extra smart‑contract‑codepaden die consistent moeten blijven met het off-chain aandeleregister en de logica voor beleggersgeschiktheid.
In die zin ligt de levensvatbaarheid op lange termijn dichter bij die van een grootschalige financiële‑markteninfrastructuur dan bij een typisch cryptonetwerk: het kan samengroeien via distributiepartnerschappen en balansadoptie, maar kan ook ontsporen door één enkel operationeel faalpunt (servicingfout, gecompromitteerde adminkeys, aflossingsverstoring of een toezichthoudende misstap) dat het “cash‑achtige” vertrouwensaanbod ondermijnt dat het product impliciet verkoopt.
