
GHO
GHO#94
Wat is GHO?
GHO (uitgesproken als “go”) is een door een DAO bestuurde, crypto-overgecollateraliseerde stablecoin die native is aan het Aave‑leenprotocol. De munt wordt gemint wanneer gebruikers lenen tegen onderpand, en de stabiliteit wordt primair gehandhaafd via overcollateralisatie, rentebeleid en protocol‑liquiditeitstools, in plaats van via een juridische belofte van een uitgever om in fiat terug te betalen.
In de praktijk ligt GHO’s “moat” in distributie en integratie in de control plane: omdat GHO ingebed is in Aave’s money‑market‑rails, kan de Aave DAO economische waarde uit GHO‑leningen naar de protocolschatkist sturen, risico‑ en renteparameters via governance afstemmen, en gerichte peg‑ en liquiditeitsmechanismen inzetten zoals het GHO Stability Module‑framework en facilitator‑“buckets”, terwijl het Aave’s bestaande stack voor collateral‑onboarding, oracles en liquidaties erft zoals beschreven in Aave’s eigen GHO documentation en het publieke GHO overview.
Vanuit marktperspectief is GHO het best te begrijpen als een DeFi‑native, via Aave gedistribueerde rekeneenheid die on‑chain marktaandeel voor settlement probeert te veroveren ten opzichte van gecentraliseerde, fiat‑gedekte incumbents (USDC/USDT) en gedecentraliseerde peers zoals MakerDAO’s DAI en Curve’s crvUSD. Begin 2026 lag het publiek gerapporteerde aanbod rond de “lage honderden miljoenen” tot ongeveer de ~$500M‑bandbreedte, afhankelijk van bron en tijdstip, waardoor GHO qua omvang eerder een mid‑tier stablecoin is dan een systemisch dominante; zo liet DeFiLlama’s GHO dashboard rond begin februari 2026 een circulerend aanbod van ongeveer ~508M eenheden zien, terwijl gelijktijdige berichtgeving de groei koppelde aan multi‑chain beschikbaarheid en de introductie van een native savings wrapper.
De belangrijkere schaalvariabele voor de houdbaarheid van GHO is waarschijnlijk de “zwaartekracht” van Aave’s eigen balans (deposito’s/leningen en treasury‑inkomsten), omdat de vraag naar GHO structureel verbonden is met Aave’s collateral‑basis en de relatieve aantrekkelijkheid van het lenen van GHO versus het lenen van alternatieve stablecoins op dezelfde venues. Aave’s eigen terugblik benadrukt dat GHO tegen eind 2025 een materiële inkomstenstroom voor de DAO was geworden en dat de depositobasis van het protocol in 2025 sterk is gegroeid. Dat kader komt rechtstreeks uit Aave’s 2025 year-in-review, dat GHO ook plaatst als één component in een bredere beweging richting cross‑chain lending en RWA‑achtige markten.
Wie heeft GHO opgericht en wanneer?
GHO is niet “opgericht” in de klassieke startup‑zin; het werd geautoriseerd en geparametriseerd via Aave DAO‑governance, waarbij de initiële lanceringsplanning en implementatie uit de kernbijdragers van het Aave‑ecosysteem kwam. De on‑chain lanceercontext gaat terug naar 2023, toen Aave‑governance formele voorstellen uitwerkte om GHO naar Ethereum mainnet te brengen met een initiële facilitator‑set, waaronder de Aave V3 Ethereum Pool en een flash‑minting‑route. Het governance‑forumvoorstel van Aave, “ARFC: GHO Mainnet Launch”, legt de oorspronkelijke structuur en de vroege economische intentie vast, met name dat rente betaald op GHO‑leningen was ontworpen om toe te vloeien naar de DAO‑schatkist en dat governance de mogelijkheid zou behouden om renteparameters in de tijd aan te passen.
De bredere organisatorische achtergrond is Aave’s evolutie van een door een oprichter geleid protocol (Stani Kulechov wordt algemeen geassocieerd met de creatie en vroege ontwikkeling van Aave) naar een governance‑centraal model, waarin economisch beleid voor protocol‑native bouwstenen zoals GHO wordt bemiddeld door tokenholder‑stemmen en wordt uitgevoerd via geaudite smart contracts en mandaten voor serviceproviders.
In de loop van de tijd verschoof het narratief rond GHO van “Aave lanceert een stablecoin” naar “Aave bouwt een beleidsstack rond een stablecoin.” In 2024–2025 was een terugkerend thema in governance‑ en ecosysteemupdates dat GHO‑adoptie niet alleen vroeg om minting via overgecollateraliseerd lenen, maar ook om betere secundaire‑marktliquiditeit, voorspelbaardere houdprikkels en cross‑chain distributie. De meest zichtbare uitdrukking van die koerswijziging was het ontwikkelings‑ en implementatietraject richting een native savings wrapper, sGHO, en bijbehorende “Aave Savings Rate”‑concepten die in governance zijn besproken en vervolgens in productdocumentatie zijn verwerkt, naast doorlopend werk aan stability modules en het uitbreiden van facilitators.
Het governance‑dossier voor de ontwerpiteratie van sGHO is vastgelegd in Aave‑forumthreads zoals de ARFC on the GHO Savings Upgrade, terwijl de beschrijving voor eindgebruikers te vinden is in Aave’s ontwikkelaarsdocumentatie voor Savings GHO (sGHO).
Hoe werkt het GHO‑netwerk?
GHO heeft geen eigen consensusnetwerk; het is een ERC‑20‑stablecoin die het beveiligingsmodel erft van de onderliggende chains waarop hij is uitgerold (vooral Ethereum voor canonieke uitgifte en governance‑uitvoering, en diverse L2’s en sidechains voor distributie en goedkopere settlement). Dat onderscheid is institutioneel belangrijk: er is geen aparte validator‑set die “GHO” beveiligt, geen onafhankelijke data‑availability‑laag, en geen aparte liveness‑garanties buiten de host‑chain en de integriteit van Aave’s contracten en governance‑processen.
Op Ethereum wordt GHO’s kernlogica voor minten/burnen gemedieerd door “facilitators”, gepermissioneerde smart‑contract‑entiteiten (governance‑goedgekeurd en met caps) die GHO kunnen genereren en vernietigen binnen een gedefinieerde bucket‑capaciteit; het canonieke mechanisme is het lenen van GHO tegen onderpand in Aave V3, zoals beschreven in Aave’s GHO guide en in het oorspronkelijke governance‑ontwerp voor de lancering in de mainnet launch ARFC.
Technisch gezien zitten de onderscheidende kenmerken niet in L1‑primitieven zoals sharding of zk‑proof‑systemen, maar in money‑market‑ en stablecoin‑specifieke mechanismen: facilitator‑bucket‑caps om uitgiftekanalen te begrenzen; leenrente‑ en kortingsparameters die kunnen worden afgestemd om de vraag te beïnvloeden; en stability modules die op inventory gebaseerde conversieroutes bieden die bedoeld zijn om de peg te ondersteunen zonder een juridisch inwissel‑recht te creëren.
Aave‑governance en risicoserviceproviders hebben zich ook gericht op cross‑chain operationeel ontwerp om fragmentatie te verminderen, waaronder het idee om “remote” stability modules uit te rollen zodra bridging‑adapters beschikbaar zijn, zoals besproken in serviceprovider‑updates zoals TokenLogic’s year-of-service post. In beveiligingstermen is GHO’s primaire risicovlak daarom compositorisch: juistheid van smart contracts, integriteit van oracles, robuustheid van het liquidatie‑mechanisme bij volatiliteit, en de veiligheid van governance‑sleutels en governance‑processen, eerder dan consensus‑capture van een eigen chain.
Wat zijn de tokenomics van gho?
Het aanbod van GHO is structureel elastisch in plaats van vast: het breidt uit wanneer facilitators minten (voornamelijk via overgecollateraliseerd lenen op Aave V3, en secundair via stability‑module‑routes) en krimpt wanneer posities worden terugbetaald en GHO wordt geburned, of wanneer inventory in stability modules wordt afgewikkeld. Daardoor is “max supply” een irrelevante metric, anders dan bij een gecapte L1‑token; de bindende randvoorwaarden zijn de beschikbaarheid van onderpand, risicoparameters (LTV’s, liquidatiedrempels, caps) en door governance opgelegde bucket‑groottes voor facilitators. Begin 2026 lag het publiek gerapporteerde circulerende aanbod grofweg in de ~500M‑range op toonaangevende dashboards zoals DeFiLlama’s GHO page, en gelijktijdige berichtgeving benadrukte aanbodgroei als adoptie‑indicator in plaats van als schaarstemechanisme.
Het ontwerp is niet intrinsiek deflatoir; het lijkt meer op een kredietinstrument waarvan het netto‑aanbod de evenwichtstoestand weerspiegelt tussen de vraag naar leverage/werkkapitaal en de kosten van minting (leenrente plus opportuniteitskosten van het geposte onderpand), waarbij de peg wordt beheerd via markt‑ en protocolmechanismen in plaats van via een deterministische aanbodreductie.
Nut en waarde‑accumulatie voor GHO wijken ook af van volatiele crypto‑assets. GHO zelf is bedoeld om prijsstabiel te zijn en primair te worden gebruikt als settlement‑ en onderpandeenheid binnen DeFi; de economische “capture” is ontworpen om toe te vallen aan het Aave‑ecosysteem omdat rente betaald op GHO‑leningen wordt doorgesluisd naar de DAO‑schatkist, een punt dat expliciet wordt genoemd in de GHO mainnet launch ARFC en herhaald wordt in Aave’s eigen positioneringsmateriaal zoals de GHO guide.
Ondertussen worden houdprikkels voor gebruikers steeds vaker uitgedrukt via wrappers zoals sGHO, waarmee GHO‑houders kunnen inleggen in een dedicated contract en een accumulerende receipt‑token ontvangen die beloningen in GHO verdient. Aave beschrijft dit in de sGHO‑documentatie als een mechanisme zonder cooldown, zonder slashing‑risico en zonder rehypothecatie. De institutionele vraag is die naar duurzaamheid: als spaarrendementen uiteindelijk worden gefinancierd door protocolinkomsten en/of incentive‑programma’s, dan heeft het systeem blijvende leenvraag en/of externe inkomstenstromen nodig om reflexieve “subsidy‑voor‑vraag”‑cycli te vermijden die de peg verzwakken wanneer incentives afnemen.
Wie gebruikt GHO?
On‑chain gebruik van GHO valt uiteen in twee categorieën die vaak door elkaar worden gehaald: secundaire‑marktliquiditeit en primaire protocol‑utility. Secundaire liquiditeit uit zich in DEX‑pooldiepte, centralized‑exchange‑saldi en gebridged aanbod over verschillende chains; dit ondersteunt smallere spreads en een sterkere peg, maar bewijst op zichzelf niet dat gebruikers GHO “nodig hebben” voor settlement. Primaire utility blijkt wanneer GHO wordt gemint als output van een lening, wordt gebruikt als onderpand of quotecurrency op DeFi‑venues, wordt gestort in savings‑wrappers, of wordt gebruikt als interne rekeneenheid in aan Aave gerelateerde markten.
Governance‑ en ecosysteemcommentaar suggereert dat de groeistrategie in 2025 leunde sterk in de richting van het makkelijker maken om GHO aan te houden (spaarrendement), makkelijker te swappen (market-making- en liquiditeitsprogramma’s) en makkelijker toegankelijk te maken over verschillende chains, wat in lijn is met de ontwerpdoelstellingen die zijn beschreven in Aave’s GHO Savings Upgrade ARFC en de productpositionering in de sGHO-documentatie. Rapportages rond begin 2026 koppelden de verhaallijn rond aanbodsgroei ook aan sGHO-adoptie en multi-chain-deployments, wat erop wijst dat op z’n minst een deel van de vraag “balansgedreven” was (aanhouden en rendement) in plaats van puur transactioneel, zoals terug te zien is in brancheverslaggeving zoals The Defiant’s reporting on GHO surpassing ~$500M supply.
Institutionele of zakelijke adoptie zal waarschijnlijker via Aave’s bredere, op instellingen gerichte initiatieven verlopen dan via GHO als op zichzelf staand instrument voor bedrijfsreserves, omdat GHO’s model geen gereguleerde “redemption stablecoin” is en dus niet vanzelf in bank- of broker-workflows past. Aave Labs’ 2025-terugblik benadrukte de lancering van Horizon, een op RWA gerichte markt met een lijst van herkenbare institutionele en infrastructuurpartners, in Aave’s eigen woorden met onder andere partijen als VanEck, Circle, Securitize, WisdomTree en anderen in de Aave 2025 year-in-review.
Dat betekent niet automatisch “instellingen gebruiken GHO”, maar het laat wel zien dat Aave actief permissioned of instelling-compatibele omgevingen bouwt waar stablecoin-rails en leenmarkten dieper ingebed kunnen raken; daarnaast beschrijven notities van dienstverleners in het ecosysteem beursnoteringen en wallet/CEX-“earn”-integraties voor sGHO als distributiekanalen, wat in lijn is met de updates in TokenLogic’s service summary.
Wat Zijn de Risico’s en Uitdagingen voor GHO?
De regulatoire blootstelling voor GHO is genuanceerd juist omdat het niet is gestructureerd als een traditionele issuer-redeemable stablecoin. Een risicomemo dat op Aave-governance is geplaatst door LlamaRisk analyseerde de Amerikaanse GENIUS Act (ondertekend op 18 juli 2025, volgens de memo) en stelde dat GHO, zoals ontworpen, waarschijnlijk niet voldoet aan de wettelijke definitie van een “payment stablecoin”, omdat er geen rechtspersoon is die juridisch verplicht is om tegen pari in geld te lossen; die analyse en de kanttekeningen daarbij worden uiteengezet in LlamaRisk’s “GHO in the context of GENIUS Act”.
Het praktische risico is dat zelfs als deze interpretatie grosso modo klopt, intermediairs kunnen over-compliën of toezichthouders een andere kwalificatie kunnen hanteren, en dat de afwezigheid van een issuer een tweesnijdend zwaard kan zijn: het kan directe verplichtingen voor een uitgever verminderen, maar het kan ook minder duidelijkheid geven over consumentenbescherming, informatieverstrekking en faillissementsbehandeling vergeleken met toegestane, door reserves gedekte stablecoins.
Er zijn ook centralisatievectoren, al verschillen die van die van single-issuer stablecoins. GHO’s monetair beleid is governance-gedreven en facilitator-gemedieerd, wat de macht concentreert in governanceparticipatie, gedelegeerde stemblokken en de operationele afhankelijkheid van een relatief kleine set geaudite contracten, dienstverleners en risicomanagers. Cross-chain-deployments vergroten het aanvalsoppervlak via bruggen en adapters, terwijl “inventory-based” stabiliteitsmodules liquiditeitskliffen kunnen veroorzaken als modulebalansen tijdens stress uitputten. Ten slotte erft GHO, omdat de primaire uitgifteweg onderpandgestuurd lenen is, cycliciteit: in neerwaartse markten dalen onderpandswaarden, nemen liquidaties toe en kan leenvraag afnemen precies op het moment dat ondersteuning van de peg het hardst nodig is, waardoor governance de pegverdediging tegen de solvabiliteit van het systeem moet afwegen.
Concurrentie is eveneens structureel. GHO concurreert niet alleen met fiat-gedekte stablecoins die profiteren van diepe beursliquiditeit en (in toenemende mate) duidelijkere regulatoire trajecten, maar ook met gedecentraliseerde en semi-gedecentraliseerde alternatieven die een sterkere incumbency hebben in DeFi-onderpand en -afwikkeling, zoals MakerDAO’s DAI en nieuwere ontwerpen zoals Curve’s crvUSD. Daarnaast is de categorie “yield-bearing stablecoin” druk bezet geraakt, wat betekent dat sGHO moet concurreren op gepercipieerde veiligheid, transparantie van de opbrengstbron en de breedte van integraties in plaats van op louter de hoogte van de headline-rente.
Aave’s eigen governancematerialen benadrukken dat leenrentebeleid, spaarrenteontwerp en liquiditeitsprogramma’s met elkaar verweven zijn; slecht afgestemde parameters kunnen ongunstige arbitrage-loops creëren (mint-to-farm-gedrag) die het aanbod opblazen zonder evenredige transactionele utiliteit, wat op zijn beurt de peg-robustheid tijdens regimeswitches kan ondermijnen, een zorg die expliciet wordt besproken in het risicocommentaar in de GHO Savings Upgrade ARFC.
Wat Is de Toekomstverwachting voor GHO?
De meest geloofwaardige, toekomstgerichte drijvers zijn die welke al verankerd zijn in Aave’s gepubliceerde roadmap en governance-uitvoering: verdere cross-chain-uitbreiding van uitgifte en stabiliteitstools, diepere integratie van sGHO als standaard “spaarpoot” voor houders, en de bredere protocolupgrades van Aave die het spectrum van onderpandtypes en marktontwerpen vergroten. Aave heeft aangegeven dat Aave V4, met een Hub-and-Spoke-architectuur en uitgebreide ondersteuning voor nieuwe trust-assumpties, waaronder permissioned RWA-leenconfiguraties, in 2025 op testnet stond en voor 2026 op mainnet was gericht in de 2025 year-in-review; als dat wordt geleverd, zou zo’n marktstructuurwijziging GHO indirect kunnen beïnvloeden door het scala aan onderpanden en type leners die economisch GHO kunnen minten en aanhouden, te verbreden.
Parallel daaraan wijzen governance- en serviceprovider-updates op doorlopend werk aan “remote” stabiliteitsmodules en cross-chain operationele infrastructuur, besproken in posts zoals TokenLogic’s update, wat ertoe doet omdat stablecoins distributieproducten zijn: fragmentatie en een slechte bridging-ervaring beperken de adoptie vaak, zelfs als de kernmechanieken solide zijn.
De structurele hindernissen zijn even duidelijk. GHO moet de peg-kwaliteit onder stress handhaven zonder te steunen op een juridisch afdwingbare inwisselbelofte, en tegelijk reflexieve afhankelijkheid van incentives vermijden waarbij groei voornamelijk wordt “betaald” met emissies of treasurysubsidies. Het moet bovendien laveren binnen een verschuivende Amerikaanse stablecoinperimeter waarin definities, ingangsdata en het gedrag van intermediairs sneller kunnen veranderen dan DAO-governance kan itereren, een spanning die wordt benadrukt door de GENIUS Act-analyse in LlamaRisk’s memo.
De levensvatbaarheidscase voor GHO draait dus minder om technologische nieuwigheid en meer om de vraag of Aave een geloofwaardig, door governance aangestuurd monetair beleidstack – rentes, caps, liquiditeit en spaarrendement – door meerdere marktscycli heen kan volhouden zonder in te boeten aan solvabiliteit, decentralisatie of regulatoire toegang voor cruciale distributiekanalen.
