
Kaia
KAIA#128
Wat is Kaia?
Kaia is een Ethereum-equivalente Layer 1 (L1) blockchain die is gebouwd om op consumenten gerichte Web3‑applicaties te laten aanvoelen als vertrouwde Web2‑producten binnen hoogfrequente “superapps”, in het bijzonder binnen de LINE‑ en Kakao‑messaging‑ecosystemen in Azië.
De kernpropositie is niet vernieuwende cryptografie maar distributie plus UX: Kaia wil ontwikkelaars in staat stellen EVM‑smart contracts te deployen, terwijl het de fricties wegneemt die normaal gesproken grootschalige adoptie blokkeren—wallet‑creatie, gasbeheer en trage of probabilistische afwikkeling—door een EVM‑compatibele execution‑omgeving te combineren met snelle blocks en deterministische finaliteit onder een Byzantine‑fault‑tolerant consensusontwerp zoals beschreven in de technische documentatie en whitepaper van het project.
In de praktijk is Kaia’s “moat”, als die blijft bestaan, de combinatie van consumentendistributie via messenger‑integraties en protocol‑features zoals gas‑abstractie, die de betaling van fees in de gebruikersreis kunnen verschuiven weg van de native token, waardoor de cognitieve belasting afneemt die EVM‑dapps historisch niche heeft gehouden.
In termen van marktstructuur valt Kaia in de drukbevolkte categorie “high‑throughput EVM L1”, waarbij het minder concurreert op ontwikkeltools (waar EVM basisvoorwaarde is) en meer op consumentenacquisitie en betaalachtige stromen.
Vanaf begin 2026 tonen publieke DeFi‑dashboards dat Kaia’s DeFi‑voetafdruk relatief klein is in TVL‑termen ten opzichte van grote L1’s, waarbij DefiLlama een Kaia‑chain‑TVL rapporteert in de lage tientallen miljoenen dollars en een bescheiden fee‑/omzet‑throughput, wat impliceert dat de meeste economische activiteit, voor zover aanwezig, zich nog niet manifesteert als duurzame DeFi‑liquiditeit.
Tegelijkertijd volgen onafhankelijke analysetools zoals Dune consistente wekelijkse transacties en aantallen actieve adressen, die kunnen worden gemonitord op retentie in plaats van eenmalige campagnestijgingen Dune—Kaia.
Wie heeft Kaia opgericht en wanneer?
Kaia werd gelanceerd als een ecosysteem‑ en mainnet‑transitie die de technologische en commerciële lijnen van twee eerdere chains combineerde: Klaytn (ontstaan rondom Kakao) en Finschia / LINE Blockchain‑initiatieven (ontstaan rondom LINE). Kaia’s eigen materialen beschrijven de samengestelde oorsprong expliciet en positioneren Kaia als een consolidatie om massa‑adoptie na te streven via messenger‑native distributie.
De “Kaia DLT Foundation” werd in 2024 opgericht en vestigde een basis in Abu Dhabi Global Market (ADGM), met publieke uitingen die de stichting neerzetten als het coördinerende orgaan voor ecosysteemuitbreiding en governance‑processen.
De Kaia‑mainnet‑lancering zelf wordt publiek gedateerd op 29 augustus 2024 en gepresenteerd als het integratiepunt voor de opgebouwde technologie en partnerships van Klaytn en Finschia.
Narratief is Kaia’s positionering geëvolueerd van “weer een snelle EVM‑chain” naar “consumentenrails ingebed in messengers”, met initiatieven zoals “Kaia Wave” en Mini Dapps die de nadruk leggen op distributie, embedded wallets en in‑app‑aankoopeconomieën in plaats van pure DeFi of maximale decentralisatie. Het duidelijkste bewijs voor deze koerswijziging is de eigen rapportage van het project over de uitrol van Mini Dapps binnen LINE Messenger, waar Kaia wallet‑creatie, transactietellingen en in‑app‑purchase‑GMV benadrukt als leidende indicatoren voor adoptie—metrics die dichter bij consument‑app‑bedrijven liggen dan bij typische L1‑narratieven rond TVL en MEV.
Hoe werkt het Kaia‑netwerk?
Kaia is een EVM‑compatibele L1 die een Practical Byzantine Fault Tolerance (pBFT)‑achtige consensusarchitectuur gebruikt in plaats van Nakamoto‑achtige probabilistische finaliteit. In de documentatie van Kaia wordt het netwerk beschreven als werkend met gelaagde node‑rollen—consensus‑nodes, proxy‑nodes en endpoint‑nodes—georganiseerd in “Core Cells”, waarbij deelname aan consensus is gekoppeld aan validatoroperaties en governance‑processen.
BFT‑achtige ontwerpen ruilen open, permissionless deelname in voor snelle finaliteit en voorspelbare afwikkeling, wat in het bijzonder relevant is als het productdoel een “betalingsachtige” UX in messenger‑apps is, waar reorg‑risico en bevestigingslatentie onaanvaardbaar zijn voor mainstream consumenten.
Technisch gezien zat Kaia’s differentiatie in de afgelopen 12 maanden minder in een wijziging van het execution‑model en meer in het leveren van “UX‑primitives” en Ethereum‑alignement‑upgrades via geplande hard forks.
De gepubliceerde hard‑fork‑geschiedenis van het netwerk toont een Praag‑gerelateerde upgrade op mainnet gedateerd op 17 juli 2025, geïntroduceerd via de v2.0.2‑releaselijn, die EVM‑wijzigingen en Kaia‑specifieke features bracht, waaronder “Gas Abstraction” en “Consensus Liquidity”, naast ondersteuning voor EIP‑7702‑achtige functionaliteit zoals weerspiegeld in Kaia’s communicatie richting ontwikkelaars.
Vanuit security‑perspectief benadrukken Kaia’s docs committee‑based validatie‑ en proposerselectietechnieken, inclusief VRF‑gerelateerde componenten, en een operationele scheiding van validator‑keys en reward‑keys—mitigaties die zwaarder wegen in een gedelegeerd/validator‑model dan in een grote, anonieme minerset.
Wat zijn de tokenomics van kaia?
KAIA fungeert als de native gas‑asset, staking‑asset en governance‑gewicht, met emissies die per block zijn gedefinieerd en aanpasbaar zijn via governance. De documentatie van Kaia beschrijft een uitgiftemodel waarbij nieuwe KAIA in elk block wordt gemint (met een gepubliceerd initiële parameter van 9,6 KAIA per block, wat bij de toenmalige supply neerkomt op een jaarlijkse inflatie in de middelhoog‑enkelcijferige range), en waarbij blockbeloningen worden verdeeld tussen validators/community‑beloningen en twee op het ecosysteem gerichte fondsen.
Belangrijk voor investeerders is dat dit structureel inflatoir is, tenzij feeburn en discretionaire burns de emissies overtreffen; de whitepaper van Kaia bespreekt multilayer‑burn‑concepten (inclusief fee‑burning en buyback‑burning) als instrumenten om excessieve inflatie te beperken, maar deze mechanismen zijn afhankelijk van governance en gebruik in plaats van hard‑geplafonneerde garanties.
Het aanbod wordt door grote marktdata‑aanbieders ook gepresenteerd als onbegrensd, wat consistent is met een emissie‑gedreven security‑budgetmodel in plaats van een asset met vaste voorraad.
De utility en waarde‑accumulatie volgen het standaard EVM‑L1‑sjabloon—fees, staking en governance—maar Kaia’s recente feature‑richting maakt het simplistische frame “meer gas betekent meer waarde” complexer.
Ten eerste maakt gas‑abstractie het expliciet mogelijk om fees in niet‑native assets te betalen, wat de UX kan verbeteren maar de directe noodzaak om KAIA aan te houden voor casual gebruikers kan verminderen, waardoor de vraag naar KAIA meer verschuift naar validators, app‑operators en intermediairs die gas namens gebruikers beheren.
Ten tweede leggen de validator‑economieën zoals beschreven in Kaia’s docs een hoge minimumbedrag voor staking op voor deelname aan de governance‑council en worden beloningen verdeeld via proposer‑ en staking‑beloningscomponenten, met operationele details zoals unstaking‑vertragingen die relevant kunnen zijn voor liquiditeit en risicobeheer.
In de praktijk zal het “staking‑rendement” dat beschikbaar is voor houders een emergent getal zijn, netto van validatorcommissies, delegatiestructuren en eventuele liquid‑staking‑layer‑fees, in plaats van een protocol‑gegarandeerde rente; third‑party‑implementaties voor liquid staking rekenen bijvoorbeeld expliciet commissies voor hun delegatiediensten.
Wie gebruikt Kaia?
Een sceptische lezing van Kaia‑adoptie vereist dat drie categorieën worden onderscheiden: door exchanges gedreven speculatief volume, door campagnes gedreven pieken in “actieve wallets” en terugkerend on‑chain economisch gedrag dat duurzame fees en liquiditeit oplevert.
Kaia’s eigen rapportage over Mini Dapps benadrukt grote aantallen wallet‑creaties en gebruikers binnen LINE Messenger in het begin van 2025, naast betekenisvolle in‑app‑aankoopvolumes en verhoudingen van betalende gebruikers, wat erop wijst dat ten minste een deel van de activiteit dichter bij consumentengaming/app‑monetisatie ligt dan bij puur airdrop‑farmen.
Media‑ en analistencommentaar in dezelfde periode bracht echter ook de mogelijkheid naar voren dat incentives en airdrop‑dynamiek de cijfers voor “actieve gebruikers” kunnen opblazen, een risico dat endemisch is voor elk ecosysteem dat puntenprogramma’s inzet om groei te bootstrappen.
Voor een institutionele waarnemer zijn de meer informatieve datapunten of wekelijkse actieve adressen en transactietellingen standhouden wanneer incentive‑programma’s afnemen, en of DeFi‑liquiditeit en stablecoin‑omloop verdiepen; die zijn eenvoudig te volgen via publieke dashboards zoals Dune en DefiLlama.
Aan de “enterprise/institutionele” kant zijn de duidelijkste legitieme signalen eerder infrastructure‑providers en custody/operations‑integraties dan consumentenapp‑aankondigingen.
Zo kunnen RPC‑ en infrastructuurondersteuning door gevestigde providers de integratiefrictie voor fondsen en ontwikkelaars verlagen, al staat zulke ondersteuning niet gelijk aan gecommitteerd institutioneel kapitaal.
Kaia’s go‑to‑market leunt ook op formele partnerships rond distributie en app‑ecosystemen; de communicatie van de Kaia Foundation legt herhaaldelijk de nadruk op samenwerking met LINE NEXT voor de uitrol van Mini Dapps binnen LINE Messenger, wat—anders dan veel crypto‑“partnerships”—op zijn minst concreet is gekoppeld aan een daadwerkelijk beschikbaar productoppervlak.
Wat zijn de risico’s en uitdagingen voor Kaia?
Regulatoir risico voor Kaia draait minder om de protocolmechaniek en meer om de standaard token‑risicocasus: of kan worden betoogd dat KAIA in bepaalde rechtsgebieden een effect is, gezien de initiële distributie, winstverwachtingen en de rol van een coördinerende foundation.
Vanaf begin 2026 is er geen breed gerapporteerde, specifiek op Kaia gerichte Amerikaanse rechtszaak of ETF‑gerelateerde katalysator die de asset op dat vlak herwaardeert; de realistischer regulatoire blootstelling is de dagelijkse operationele beperking dat veel wereldwijde exchanges en producten expliciet Amerikaanse gebruikers uitsluiten omwille van compliance‑redenen, wat distributie‑ en liquiditeitspaden voor in de VS gevestigde capital beperkt HashKey‑mededeling waarin wordt verwezen naar jurisdictiebeperkingen.
Structureel introduceren Kaia’s governance‑council/validator‑model en hoge minimum staking‑vereiste centralisatievectoren: als een relatief klein aantal entiteiten de consensusinfrastructuur bedient, dan kunnen censuurbestendigheid en geloofwaardige neutraliteit zwakker zijn dan in meer permissionless validator‑sets, en kan de risicopremie van de asset dat weerspiegelen. Competitive pressure is intens. Kaia concurreert met high-throughput EVM L1’s (waar de overstapkosten laag zijn), Ethereum L2’s (waar liquiditeit en composability dieper zijn), en “messaging distribution”-ketens zoals TON die een vergelijkbare embedded-UX-thesis nastreven. Kaia’s uitdaging is om distributie om te zetten in blijvende economische activiteit in plaats van een eenmalige walletcreatie; de kloof tussen consumentgerichte gebruikersaantallen en DeFi-liquiditeit op publieke dashboards onderstreept dat deze conversie niet automatisch is.
Daarnaast kunnen protocolniveau-functies zoals gasabstrahering, hoewel nuttig voor de UX, de waarde-opvang door de native token verzwakken, tenzij het ecosysteem fee-flows, subsidiebeleid of app-niveau vraag ontwerpt die uiteindelijk KAIA opnieuw monetiseert op de infrastructuurlaag.
What Is the Future Outlook for Kaia?
Kaia’s levensvatbaarheid op korte termijn hangt af van twee zaken: voortdurende technische convergentie met Ethereum’s zich ontwikkelende EVM (om een geloofwaardig doelwit voor EVM-ontwikkelaars te blijven) en geloofwaardig bewijs dat Mini Dapps terugkerende transactievraag creëren die blijft bestaan nadat incentives wegvallen.
De meest concrete geverifieerde mijlpaal in het afgelopen jaar was de mainnet hard fork van 17 juli 2025, gekoppeld aan Kaia’s Prague-upgradepad en de activering van functies zoals gasabstrahering en consensusliquiditeit; dit zijn geen speculatieve roadmap-slides maar gedocumenteerde netwerkgebeurtenissen die gecoördineerde node-upgrades vereisten.
De moeilijkere, minder “door engineering oplosbare” horde is economisch: Kaia moet aantonen dat een messenger-native onboarding-funnel kan worden vertaald in behouden on-chain gebruikers, betekenisvolle fee-generatie en een diepere basis van stablecoinliquiditeit en DeFi-primitieven, in plaats van een lange staart van transacties met lage waarde die alleen bestaan zolang puntenprogramma’s actief zijn.
Publieke dashboards bieden nu al de instrumentatie om dit in de tijd te evalueren—TVL, stablecoin-marktkapitalisatie, DEX-volumes, fees en retentie van actieve adressen—dus de toekomstgerichte vraag is niet of Kaia grote top-of-funnel-cijfers kan rapporteren, maar of het een zelfvoorzienende on-chain economie kan bouwen die een L1-beveiligingsbudget en een liquide native token rechtvaardigt zonder permanente subsidies.
