info

peaq

PEAQ#422
Belangrijke statistieken
peaq Prijs
$0.028498
7.20%
Verandering 1w
11.72%
24u volume
$2,794,663
Marktkapitalisatie
$61,905,645
Circulerend aanbod
2,182,845,403
Historische prijzen (in USDT)
yellow

Wat is peaq?

peaq is een machine-economie-infrastructuurnetwerk dat robots, voertuigen, sensoren, verbonden apparaten en AI-agents in staat wil stellen verifieerbare identiteiten te registreren, wallets aan te houden, draagbare reputatie op te bouwen en ketenoverschrijdend te transacteren als autonome economische actoren.

Het praktische probleem dat het oplost is niet generieke smartcontract-executie, maar coördinatie voor real-world machinenetwerken: identiteit, dataverificatie, machinebetalingen, reputatie, getokeniseerde machine-eigendom en cross-chain‑afwikkeling. Het geclaimde concurrentievoordeel ligt in verticale specialisatie.

In plaats van uitsluitend te concurreren als weer een algemene Layer 1, verpakt peaq DePIN-specifieke bouwstenen via peaqOS and its developer stack, terwijl de nieuwere positionering een drielaagse architectuur beschrijft met een Machine Layer, Trust Layer en Service Layer voor machine‑ontdekking, validatie, orkestratie en economisch gedekte reputatie.

peaq blijft een small‑cap, gespecialiseerd infrastructuur‑asset in plaats van een dominante base‑layer‑keten. Per 22 mei 2026 plaatsten derde‑partij marktaggregators PEAQ in de midden‑ tot lagere small‑cap‑range, met CoinGecko dat een marktkapitalisatie in de lage 70 miljoen dollar‑range en een marktkap‑rang in de hoge 300‑zone liet zien, terwijl CoinMarketCap een andere rang weergaf vanwege verschillen in methodologie en exchange‑dekking. Het belangrijkere adoptiesignaal is dat peaq’s DeFi‑voetafdruk bescheiden blijft: DeFiLlama’s peaq chain page liet in mei 2026 een TVL onder of rond de 1 miljoen dollar zien, terwijl stablecoin‑liquiditeit en DEX‑volume nog klein waren vergeleken met grote smartcontract‑ketens.

Dat contrast is relevant omdat peaq’s narratief minder afhankelijk is van conventionele DeFi‑TVL dan van de vraag of machine‑identiteiten, DePIN‑activiteit en aan machines gekoppelde kasstromen uitgroeien tot terugkerende economische vraag in plaats van incentive‑gedreven adresgroei.

Wie heeft peaq opgericht en wanneer?

peaq is opgericht door Till Wendler, Leonard Dorlöchter en Max Thake, met ontwikkelingswerk dat teruggaat tot 2017, voordat DePIN een wijdverbreide marktcategorie werd. Volgens Messari’s State of peaq Q1 2025‑rapport begonnen de oprichters op het snijvlak van blockchain en IoT en ontwikkelden zij het netwerk vervolgens tot een Layer 1 voor machine‑centrische applicaties.

De volledige mainnet‑ en tokenlancering vond plaats midden november 2024, na een periode waarin de cryptomarkten herstelden van de deleveragingcyclus van 2022–2023 en de institutionele aandacht verschoof naar Bitcoin‑ETF’s, modulaire infrastructuur, AI en real‑world‑asset‑narratieven. peaq haalde vóór de lancering institutioneel en community‑kapitaal op, waaronder een Series A‑ronde in 2024 en een CoinList‑verkoop, en begin 2025 beschikte het over het eerste volledige kwartaal aan operationele data na mainnet.

Het narratief van het project is geëvolueerd van een “Economy of Things”‑ en IoT‑coördinatieverhaal naar een bredere “Machine Economy”‑these die DePIN, gedecentraliseerde fysieke AI, machine‑DeFi en getokeniseerde machine‑RWA’s omvat. In 2024 en begin 2025 lag de nadruk van peaq nog grotendeels op een doelgericht gebouwde Layer 1 voor DePIN‑applicaties; tegen eind 2025 en begin 2026 beschreef het project zichzelf in toenemende mate als een keten‑neutraal economisch systeem voor robots en machines over bestaande blockchains heen.

Dit is meer dan een branding‑verschuiving, omdat het peaq’s competitieve omgeving herkadert: van andere Polkadot‑ of EVM‑compatibele ketens naar elke infrastructuurlaag die machine‑identiteit, betalingsrails, verificatie, reputatie en marketplace‑toegang over meerdere execution‑omgevingen kan bieden.

Hoe werkt het peaq‑netwerk?

peaq is een EVM‑compatibele Layer 1, gebouwd met Polkadot/Substrate‑architectuur, die validator‑economieën in Proof‑of‑Stake‑stijl gebruikt en Polkadot‑verwante aannames voor blokproductie en finaliteit hanteert. De peaq node-operator documentation vermeldt dat peaq Nominated Proof of Stake gebruikt voor blokproductie en vertrouwt op de Relay Chain voor blokvalidatie en ‑finalisering.

In praktische termen onderhouden peaq‑validators of collator‑achtige operators de netwerkstaat, produceren zij blokken en nemen zij deel aan stake‑gewogen selectie, terwijl het bredere Polkadot‑ontwerp gedeelde validatie‑ en finaliteitsmechanismen biedt. Dit geeft peaq een ander beveiligingsprofiel dan een volledig zelfstandige Layer 1: de native validator‑set en staking‑prikkels zijn belangrijk, maar dat geldt ook voor de afhankelijkheid van Polkadot‑coretime, relay‑chain‑validatie en cross‑chain‑infrastructuur.

De onderscheidende technische kenmerken van het netwerk zijn de machine‑specifieke modules, niet uitsluitend nieuwe cryptografie. peaq voorziet in self‑sovereign machine‑ID’s, rolgebaseerde toegangscontrole, dataverificatie, betalingen, tijdssynchronisatie en SDK‑tools voor ontwikkelaars die DePIN‑ en robotica‑applicaties bouwen, waarbij Dune’s peaq data catalog het gebruik beschrijft van geparallelliseerde blokproductie, asynchrone backing, agile coretime en een low‑fee‑ontwerp voor transacties op machine‑schaal.

In 2025 testte peaq infrastructuur met hogere throughput, waaronder een private test in Q1 met ongeveer 67.000 TPS en bloktijden onder 0,4 seconden volgens peaq’s Q1 2025 ecosystem review, en later demonstreerde het een elastische schaalarchitectuur met parallelle blokproductie en asynchrone finalisering in de August 2025 scaling update.

De relevante beveiligingsvraag is niet simpelweg of de keten een hoge TPS kan adverteren, maar of validator‑distributie, slashing, bridge‑beveiliging, oracle‑afhankelijkheden, machine‑data‑attestaties en cross‑chain‑adapters bestand zijn tegen vijandig gedrag in real‑world apparaten‑netwerken.

Wat zijn de tokenomics van peaq?

PEAQ is niet in strikte zin een asset met vaste voorraad.

De official tokenomics documentation vermeldt dat het genesis‑aanbod 4,2 miljard PEAQ bedroeg en verduidelijkt dat een eerdere verwijzing naar “max supply” een copywriting‑fout was, omdat het netwerk een disinflatoir emissiemodel gebruikt. De initiële inflatie is vastgesteld op 3,5% en daalt jaarlijks met 10% totdat deze stabiliseert op 1%, wat betekent dat de asset structureel inflatoir is, hoewel met afnemende uitgifte.

Per 22 mei 2026 liet CoinGecko een circulerend aanbod van circa 2,1 miljard PEAQ zien en een totale voorraad boven 4,4 miljard PEAQ, en toonde het tevens een notioneel max‑supply‑veld dat voorzichtig moet worden geïnterpreteerd in het licht van de correctie van het project zelf. Token‑unlock‑events blijven materieel: de tokenomics‑feed van CoinGecko liet een geplande unlock in juni 2026 zien van tientallen miljoenen PEAQ, wat economisch relevant is omdat unlocks de free float, liquiditeit en verkoopdruk kunnen beïnvloeden, zelfs wanneer ze het langetermijn‑protocolontwerp niet veranderen.

De utility van PEAQ is gericht op transactiekosten, staking, incentives voor validators/delegators, governance en machine‑servicecoördinatie. Gebruikers hebben PEAQ nodig om netwerktransactiekosten te betalen; validators en delegators staken PEAQ om deel te nemen aan blokproductie en beloningen te verdienen; en toekomstige of zich ontwikkelende governance‑functies zijn bedoeld om houders protocolparameters te laten aanpassen.

Het officiële model verdeelt nieuw gemunte tokens en fees over validators/delegators, een security‑treasury, een algemene treasury, DePIN‑incentives en subsidies voor machines, waarbij validator‑ en delegator‑beloningen 40% van deze stromen ontvangen volgens de gepubliceerde verdeling.

Er is geen duidelijk vastgelegd, protocol‑breed burn‑mechanisme vergelijkbaar met Ethereum’s EIP‑1559 in de officiële tokenomics; waarde‑accretie hangt in plaats daarvan af van de vraag of machine‑onboarding, DePIN‑transacties, coördinatievergoedingen en staking‑vraag sneller groeien dan emissies en door unlocks veroorzaakte verwatering. peaq’s bespreking in december 2025 van network-level incentive pools geeft aan dat token‑incentives actief worden ingezet om ecosysteemliquiditeit en machine‑adoptie te bootstrappen, wat gebruik kan versnellen maar het ook moeilijker maakt om organische vraag te onderscheiden van gesubsidieerde activiteit.

Wie gebruikt peaq?

Volgens peaq zijn de gebruikscijfers sterker in adrescreatie en DePIN‑onboarding dan in conventionele DeFi‑liquiditeit. Messari rapporteerde dat het gemiddelde aantal dagelijks actieve adressen in Q1 2025 kwartaal‑op‑kwartaal met 256,7% steeg tot 22.738, het gemiddelde aantal dagelijkse transacties met 32,5% tot 77.386, en het gemiddelde aantal nieuwe machine‑adressen per dag met 789,4%, maar koppelde een deel van deze groei ook aan ecosysteem‑onboarding en incentiveprogramma’s zoals Get Real. peaq’s eigen Q2 2025 ecosystem update meldde dat het netwerk de grens van 5 miljoen adressen en 14 miljoen transacties was gepasseerd, terwijl in de 2025 year-end review werd gesteld dat machine‑ en menselijke adressen samen de 6 miljoen waren gepasseerd.

Dit zijn betekenisvolle tractie‑indicatoren, maar ze moeten niet worden gelezen als equivalent aan maandelijks actieve menselijke gebruikers of terugkerende omzet.

Adrestellingen in crypto zijn gemakkelijk op te blazen via wallets, apparaten, Sybil‑gedrag en campagneparticipatie; voor peaq is de sterkere analytische toets of aan machines gekoppelde transacties blijvende fees, liquiditeit, datavraag en externe klantomzet genereren.

Het ecosysteem is geconcentreerd in DePIN, machine‑RWA’s, robotica, mobiliteit, milieudata, wireless, mapping, landbouw en machine‑DeFi, in plaats van gaming of conventionele kredietverlening. Projecten die in peaq‑ en externe materialen worden genoemd, zijn onder meer Silencio, XMAQUINA, MachineX, Farmsent, MapMetrics, Teneo, Auki, ThreeFold, 375ai, OVR en anderen, waarbij MachineX gepositioneerd is als een vroege DEX voor machine‑native assets. On het gebied van relaties met ondernemingen en instellingen heeft peaq gewezen op deelname aan het door Bosch geleide moveID‑project, samen met bedrijven als Bosch, Airbus, Continental, Denso en anderen; een Bosch‑pers‑PDF over GAIA‑X 4 moveID vermeldt Peaq Technology GmbH among project partners. peaq werd in 2024 ook vermeld als nieuw lid van Mastercard’s Start Path program, wat een legitiem accelerator‑ of partnerkanaal is, maar niet zo moet worden geïnterpreteerd dat Mastercard PEAQ als betaalmiddel of betaalasset adopteert.

Het recentere machine‑RWA‑verhaal omvat getokeniseerde robo‑cafés en robo‑boerderijen, waaronder peaq’s Machine RWA framework van februari 2026, maar deze implementaties zijn nog in een vroeg stadium en moeten als pilots worden beoordeeld totdat er onafhankelijk verifieerbare kasstroomhistorie beschikbaar is.

Wat zijn de risico’s en uitdagingen voor peaq?

peaq’s regulatoire blootstelling draait zich per mei 2026 niet om een bekende, actieve SEC‑rechtszaak of een ETF‑achtige classificatiediscussie; zoekopdrachten in publieke toezichthoudersbronnen en marktverslaggeving hebben geen grote, actieve handhavingszaak gevonden die PEAQ specifiek noemt.

Het project heeft een MiCA whitepaper page gepubliceerd, wat relevant is voor de Europese informatieplicht, maar het elimineert het risico per jurisdictie niet. Het grotere regulatoire vraagstuk is functioneel: de machine‑RWA‑ en getokeniseerde kasstroomproducten van peaq kunnen vragen rondom effecten, grondstoffen, betalingen, gegevensbescherming en consumentenbescherming oproepen, vooral waar tokenhouders rendement verwachten van fysieke machines die door derden worden geëxploiteerd. In de Verenigde Staten is het risico bijzonder gevoelig bij getokeniseerde inkomstenstromen, omdat het tokeniseren van een asset op zichzelf een effectenrechtelijke analyse niet omzeilt.

Centralisatierisico blijft eveneens materieel: Messari meldde 48 actieve validators en 1,75 miljard gestakete PEAQ per 31 maart 2025, en merkte ook op dat slashing wel ontworpen maar op dat moment nog niet geïmplementeerd was. Door de foundation beheerde schatkistpools, incentive‑allocatie, validatorconcentratie, brug‑afhankelijkheden en de governance‑transitie van foundation‑management naar on‑chain processen zijn allemaal governance‑risico’s die investeerders zouden moeten monitoren.

Het concurrentielandschap is druk bezet. IoTeX, op Solana gebaseerde DePIN‑ecosystemen, Helium, GEODNET, Fetch.ai/ASI‑gelinkte agent‑infrastructuur, Akash, Render, Filecoin, AVS‑modellen à la EigenLayer, Chainlink‑diensten en traditionele cloud/IoT‑platforms dingen allemaal mee naar delen van de adresseerbare markt van peaq. peaq’s specialisatie in machine‑identiteit en DePIN‑coördinatie is een geloofwaardige onderscheidende factor, maar specialisatie kan liquiditeit en ontwikkelaarsmindshare ook beperken als bredere ecosystemen betere toegang tot kapitaal, wallets, beurssteun en institutionele distributie bieden. De meest directe economische bedreiging is de kloof tussen de schaal van de narrative en de meetbare financiële schaal: DeFiLlama‑gegevens van mei 2026 lieten TVL en DEX‑activiteit zien die nog steeds klein waren in verhouding tot de machine‑economie‑ambities van het project, en fee‑omzet bevindt zich nog in een vroeg stadium. Als het onboarden van machines niet vertaalt naar duurzame betaalde benutting, loopt PEAQ het risico zich te gedragen als een infrastructuurtoken dat vooral wordt gedreven door emissies en unlocks in plaats van als een productieve coördinatie‑asset.

Wat is de toekomstige outlook voor peaq?

De toekomst van peaq hangt ervan af of het erin slaagt zijn vroege DePIN‑adressedgroei, robotica‑demo’s en machine‑tokenisatie‑pilots om te zetten in terugkerende machine‑tot‑machine economische activiteit.

De geverifieerde technische roadmap van de afgelopen 12 maanden omvatte uitbreiding van validatorcapaciteit, SDK‑releases, de lancering van MachineX, Dune‑databeschikbaarheid, elastic scaling‑tests, Universal Machine Time en machine‑RWA‑frameworks.

De belangrijkste onopgeloste mijlpalen zijn schaalvergroting op mainnet‑niveau voorbij testomgevingen, productiereliabiliteit voor machine‑identiteit en reputatie, sterkere validator‑ en slashing‑mechanismen, diepere cross‑chain service‑laag‑integraties, en onafhankelijk bewijs dat getokeniseerde machines duurzame kasstromen kunnen genereren na operationele kosten, onderhoud, juridische structurering en incentive‑subsidies. De infrastructuurthese van peaq is coherent, maar de bewijslast is hoog: het moet laten zien dat robots, apparaten en DePIN‑netwerken een gespecialiseerde coördinatielaag zó hard nodig hebben dat ze ervoor willen betalen, en dat deze vraag kan toekomen aan PEAQ‑houders zonder te worden verdund door emissies, treasury‑programma’s en concurrerende alternatieven.