Ecosysteem
Portemonnee
info

​​Stable

STABLE-2#94
Belangrijke statistieken
​​Stable Prijs
$0.02299
10.80%
Verandering 1w
12.20%
24u volume
$36,522,079
Marktkapitalisatie
$527,930,641
Circulerend aanbod
18,000,000,000
Historische prijzen (in USDT)
yellow

Wat is Stable?

Stable is een EVM-compatibele Layer 1 (“Stablechain”) die is ontworpen om op USDT luidende betalingen en afwikkeling zich meer te laten gedragen als een voorspelbare financiële rail dan als een speculatief cryptonetwerk, door gebruik te maken van een omnichain USDT‑representatie (“USDT0”) als de native gas- en afwikkelasset in plaats van een volatiele token.

Deze architectuur richt zich op een specifiek en terugkerend faalpatroon in general‑purpose chains: gebruikers en bedrijven moeten een aparte volatiele asset aanschaffen, bewaren en administreren om fees te betalen, terwijl de feemarkten zelf instabiel kunnen worden tijdens congestie. Dit probeert Stable op te lossen door transactiekosten uit te lijnen met de rekeneenheid die de meeste betalingsstromen al gebruiken, namelijk dollars via USDT.

De verdedigbaarheid van het project, voor zover die bestaat, zit minder in nieuwe cryptografie en meer in het zijn van een doelgericht gebouwd execution‑environment dat probeert ontwikkelaars- en enterprise‑integratie te standaardiseren rond USDT‑native stromen zoals “USDT‑als‑gas”, USDT‑gerichte bridging en features zoals gegarandeerde blockspace, die expliciet worden gepositioneerd rond voorspelbare throughput voor institutionele gebruikers in drukke omstandigheden, in plaats van het maximaliseren van algemene composability.

De kernpositionering wordt beschreven in de eigen documentatie en productframing van het project op Stable’s website en in de “Why Stable” documentation, waar expliciet wordt betoogd dat het gebruik van stablecoins sneller is gegroeid dan de infrastructuur die geoptimaliseerd is voor volatiele gas‑tokens.

Qua marktpositie moet Stable worden begrepen als een niche, payments‑first L1 die probeert mindshare te veroveren van zowel general‑purpose EVM‑chains als stablecoin‑centrische rails (inclusief L2’s en applicatiespecifieke chains) door te optimaliseren voor USDT‑afwikkelings‑UX en enterprise‑operaties in plaats van voor maximale DeFi‑dichtheid. Vanaf begin 2026 lijkt de publiek zichtbare on‑chain DeFi‑penetratie beperkt in verhouding tot de liquide marktomvang van de token: DeFiLlama’s chain page for Stable laat verwaarloosbare DeFi‑TVL (tientallen duizenden dollars) en minimale DEX‑volumes zien, wat impliceert dat de meeste waargenomen activiteit en waardering nog niet worden gedragen door een volwassen on‑chain DeFi‑economie, zoals dat bij gevestigde L1’s het geval is. Ondertussen plaatsen marktdata‑aggregators de asset qua marktkapitalisatierang in de lage honderden, waarbij CoinMarketCap ten tijde van vastlegging een rang rond de #100‑zone toont (rangen bewegen vaak). Dit suggereert dat de token aanzienlijke liquiditeit kan bereiken voordat de chain blijk geeft van diepe, blijvende application lock‑in.

Wie heeft Stable opgericht en wanneer?

Het publieke narratief rond Stable komt in 2025 op, tegen een achtergrond waarin stablecoins—vooral USDT—de dominante afwikkelasset waren geworden voor gecentraliseerde‑exchange‑stromen en een belangrijk onderdeel van on‑chain activiteit, terwijl toezichthouders en grote financiële instellingen tegelijkertijd aandrongen op duidelijkere regels en meer “bankachtige” operationele kenmerken in cryptobetalingen.

Berichtgeving rond het ontstaan en de financiering van het project wijst op een door bedrijven gesteund oprichtingsverhaal in plaats van een puur grassroots‑DAO‑oorsprong: de berichtgeving van The Block beschrijft Stable als “Bitfinex‑backed”, noemt een seed‑ronde die naar verluidt werd geleid door Bitfinex en Hack VC, en verwijst naar adviseurs waaronder leidinggevenden van Tether/Bitfinex.

Dezelfde berichtgeving koppelt de mainnet‑lancering aan de introductie van een entiteit genaamd de Stable Foundation, die wordt gepresenteerd als een “onafhankelijke organisatie” die ecosysteem- en governance‑functies moet overzien—een constructie die vaak wijst op een hybride structuur waarin vroege strategische ondersteuners materiële invloed behouden, ook als het de bedoeling is dat de dagelijkse governance zich ontwikkelt.

In de loop van de tijd is het narratief van het project relatief consistent gebleven—betalingen, afwikkeling en voorspelbare USDT‑native UX—maar de concrete implementatiedetails zijn geëvolueerd, met name rond de gas‑tokenmechanismen en de ontwikkelaarservaring. De documentatie van Stable legt de nadruk op USDT‑specifieke bouwstenen zoals “USDT as gas” en toekomstige features zoals transferaggregatie en gegarandeerde blockspace, wat wijst op een roadmap die minder draait om het vergroten van de expressiviteit van het execution‑environment en meer om het minimaliseren van operationele frictie voor grootschalige stablecoin‑stromen.

Deze ontwikkellijn suggereert een poging om een uitgesproken “standaardomgeving” te worden voor USDT‑afwikkeling (en aanpalende enterprise‑integraties), in plaats van rechtstreeks te concurreren met Ethereum of Solana op het vlak van algemene applicatiebreedte.

Hoe werkt het Stable‑netwerk?

Stable wordt gedocumenteerd als een EVM‑compatibele chain met een delegated proof‑of‑stake‑model, met snelle bloktijden en een BFT‑achtige validatorlaag die snelle finaliteit moet bieden; het project beschrijft het netwerk als gebouwd op dPoS en benadrukt sub‑seconde‑finaliteit in zijn eigen architectuurmateriaal, waaronder de pagina “Key Features”.

Het economische en operationele hart van het ontwerp is de feemarkt: anders dan bij typische EVM‑chains, waar een volatiele native asset nodig is voor gas, denomineert Stable fees in USDT0 en hanteert het een EIP‑1559‑achtige base‑fee‑mechaniek (met opvallende verschillen), zoals gespecificeerd in de “USDT as Gas” documentation.

Conceptueel vervangt dit de “gas‑token‑reflexiviteit” (waarbij stijgend chain‑gebruik de vraag naar de volatiele gas‑token mechanisch kan verhogen) door een model waarin de fee‑eenheid aan de gebruikerskant stabiel is, terwijl waarde‑accumulatie wordt doorgeschoven naar de validator‑economie en de governance-/security‑token (STABLE).

Technisch gezien is de differentiatie van Stable geen nieuwe virtuele machine of exotisch bewijssysteem, maar een set protocol‑aanname op laag‑niveau rond USDT0‑semantiek en cross‑chain‑mobiliteit.

Het project positioneert USDT0 als een omnichain‑representatie geïmplementeerd via LayerZero’s OFT standard, wat beveiligings‑ en afhankelijkheidsaspecten introduceert die verschillen van ontwerpen met canonieke assets: aannames rond cross‑chain messaging, lock/burn‑en‑mint‑stromen en het operationele risico van bridging‑infrastructuur worden onderdeel van de “baselaag” van de chain voor fees en on‑boarding van liquiditeit.

Op de roadmap is Stable expliciet over geplande features zoals “Guaranteed Blockspace”, “USDT Transfer Aggregator” en een “Confidential Transfer”‑concept dat ZK‑cryptografie gebruikt met een op compliance gerichte openbaarmakingsmodus, zoals beschreven in het USDT-specific features overview.

In de praktijk zal de veiligheid afhangen van de kwaliteit en decentralisatie van validators (dPoS‑systemen kunnen neigen naar concentratie), én van de vraag of de USDT0‑bridging‑afhankelijkheden van de chain robuust blijven onder vijandige omstandigheden en hoge belasting.

Wat zijn de tokenomics van stable-2?

STABLE wordt gepositioneerd als een governance‑ en staking‑asset met vaste voorraad, in plaats van als ruilmiddel voor transactiekosten. Secundaire berichtgeving over de tokenomics van het project beschrijft een gemaximeerde supply van 100 miljard STABLE zonder doorlopende inflatoire emissies, met allocaties die de genesis‑distributie, ecosysteemgrants/partnerschappen en team-/investeerders‑tranches met meerjarige vesting beslaan; zie

The Block’s tokenomics‑samenvatting en vergelijkbare secundaire overzichten zoals Datawallet’s overview.

Op grote data‑aggregators worden supply‑statistieken gepresenteerd als een grote max/total supply met een materieel kleinere circulerende float vanaf begin 2026, wat mechanisch zorgt voor waarderingsgevoeligheid voor unlock‑schema’s en distributietransparantie; zo tonen CoinMarketCap en CoinGecko beide splitsingen tussen circulerende en totale supply (waarbij opgemerkt moet worden dat de methodologieën van aggregators verschillen en kunnen worden herzien). In deze benadering lijkt STABLE structureel meer op een governance-/security‑token voor een afwikkelingschain dan op een “geld”‑token, en zijn langetermijn‑verwateringsprofiel wordt meer bepaald door unlocks dan door emissies.

De bedoeling is dat utility en waarde‑accumulatie verlopen via staking en governance in plaats van via gas‑vraag. Het ontwerp van Stable gebruikt USDT0 voor fees, waarbij documentatie en berichtgeving suggereren dat netwerkfees kunnen worden verzameld in een protocol‑gestuurde vault of treasury en vervolgens (ten minste gedeeltelijk) kunnen worden gedistribueerd via validator-/staking‑mechanismen, waardoor een “fee‑share”‑dynamiek ontstaat zonder tokeninflatie te introduceren; zie de beschrijving van de USDT0‑gasmechaniek in de official docs en samenvattingen van de tokenrol in derdepartij‑uitleg zoals XT’s overview (waarbij opgemerkt moet worden dat exchange‑blogs richtinggevend nuttig kunnen zijn maar niet als primaire documentatie moeten worden gezien).

Het belangrijkste analytische punt is dat het succes van de chain zich moet vertalen in feenvolume in USDT‑termen en in geloofwaardige, transparante distributieregels voor validators en delegators; anders loopt STABLE het risico een governance‑token te worden met een zwakke koppeling aan reële gebruikscijfers, vooral als het grootste deel van de economische activiteit off‑chain blijft (custodial payments) of migreert naar concurrerende rails die eveneens laagdrempelige stablecoin‑afwikkeling bieden.

Wie gebruikt Stable?

Vanaf begin 2026 schetsen publieke data een gespleten beeld tussen marktactiviteit in de token en meetbaar “productief” on‑chain gebruik. Vloeibare handel is duidelijk aanwezig op gecentraliseerde handelsplatformen (zoals blijkt uit aggregator‑marktpagina’s zoals CoinGecko’s listings and volume data), maar DeFi‑native adoptie lijkt minimaal: DeFiLlama’s chain metrics …voor Stable tonen een extreem lage DeFi‑TVL en vrijwel nul DEX‑volumes op het moment van vastleggen, wat niet strookt met een volwassen on‑chain financiële stack. Deze afwijking bewijst niet dat de chain geen daadwerkelijk gebruik heeft—betalingen en ondernemingsafwikkeling kunnen plaatsvinden zonder DeFi‑TVL—maar het betekent wel dat analisten voorzichtig moeten zijn met het gelijkstellen van tokenliquiditeit aan aantoonbare on‑chain netwerkeffecten.

Als Stable’s primaire these betalingen is, zijn relevantere KPI’s het aantal actieve adressen, transactieaantallen en USDT0‑transfervolume, maar daarvoor is ofwel een betrouwbare blockexplorer‑analysemodule nodig, of intern gerapporteerde, controleerbare statistieken—en geen van beide is zo gestandaardiseerd als TVL‑rapportage over DeFi‑protocollen heen.

Wat betreft samenwerkingen moeten beweringen conservatief worden geïnterpreteerd, omdat “partner” kan variëren van een ondertekende integratie tot een marketing‑MOU.

De meest concrete, toewijsbare partnerclaims verschijnen in gezaghebbende berichtgeving: The Block stelt dat Stable “recent partnerships announced” heeft met partijen waaronder Anchorage Digital en noemt in die context andere grote financiële‑ en betaalinstellingen. Zonder onafhankelijk verifieerbaar bewijs van daadwerkelijke inzet—zoals transactietagging, live productlinks of gezamenlijke verklaringen die op de domeinen van de tegenpartijen zelf gehost worden—moeten deze worden gezien als signalen van vroege business development, niet als bewijs van opgeschaald productiegebruik. In een op betalingen gerichte chain ligt de geloofwaardigheidslat bij de operatie: duurzame throughput, voorspelbare kosten onder stress, duidelijke compliance‑tools en betrouwbare incidentrespons, die allemaal tijd en reële transactievolumes vereisen om te worden gevalideerd.

Wat Zijn de Risico’s en Uitdagingen voor Stable?

De regulatoire blootstelling is gelaagd: Stable is structureel verstrengeld met USDT (en de regulatoire houding ten aanzien van stablecoins en door reserves gedekte instrumenten) en exploiteert tegelijkertijd een aparte token (STABLE) die de aandacht kan trekken als mogelijk “beleggingscontract”, afhankelijk van distributie, marketing en de economische realiteit van staking‑opbrengsten.

Hoewel er beweging is richting verduidelijking van de behandeling van bepaalde door dollars gedekte stablecoins op SEC‑stafniveau, hebben die uitlatingen betrekking op stablecoins die aan specifieke voorwaarden voldoen, niet op L1‑governancetokens; samenvattingen van juridische analyses zoals Covington’s memo en Latham’s bespreking benadrukken dat de visie van de staf zich richtte op “gedekte” stablecoins en beperkingen rond reserves/marketing, wat STABLE niet automatisch van risico ontdoet.

Centralisatie is het andere kernrisico: dPoS‑systemen kunnen validator‑macht concentreren, governance kan worden gekaapt door grote houders, en op ondernemingen gerichte “gegarandeerde blockspace” kan een tweedelig systeem creëren dat economisch rationeel is voor instellingen maar politiek en competitief omstreden binnen crypto‑native gemeenschappen.

Daarnaast introduceert de afhankelijkheid van de chain van USDT0’s omnichain‑mechaniek een gecorreleerd risico op aannames rond LayerZero‑achtige messaging en cross‑chain liquiditeitsbewegingen, wat historisch gezien een van de meest aangevallen aanvalsvlakken in crypto is geweest.

De concurrentiedreiging is aanzienlijk omdat de waardepropositie—goedkope, voorspelbare stablecoin‑transfers—vanuit meerdere richtingen wordt nagestreefd.

Algemene L2’s kunnen nu al lage kosten bieden met sterke Ethereum‑security‑ankering; high‑throughput L1’s kunnen sub‑seconde finaliteit leveren zonder een nieuwe semantische laag van “USDT‑als‑gas” te introduceren; en stablecoinuitgevers/betaalbedrijven kunnen custodiale of semi‑custodiale afwikkelingsnetwerken pushen die chains volledig abstraheren. Stable’s inzet is dat “USDT‑native op het protocollaag‑niveau” genoeg UX‑ en operationele eenvoud creëert om een nieuwe baselaag te rechtvaardigen, maar dat voordeel kan eroderen als incumbents fee‑abstractie verbeteren, als account‑abstractie en paymasters mainstream worden in EVM‑ecosystemen, of als stablecoin‑regulering activiteit naar gepermissioneerde omgevingen duwt. Ten slotte is er een economische uitdaging: omdat gebruikers gas in USDT0 betalen, moet de chain validators en delegators ervan overtuigen dat USDT‑feecaptatie en governancerechten voldoende compensatie vormen voor het leveren van security, zeker in een wereld waar andere chains liquid‑staking‑ecosystemen en gediversifieerde feemarkten bieden.

Wat Is de Toekomstverwachting voor Stable?

De duidelijkst verifieerbare mijlpaal op korte termijn in de afgelopen 12 maanden was de mainnet‑upgrade naar v1.2.0, die volgens meerdere bronnen de overgang naar native gas in USDT0 en verbeterde zichtbaarheid van staking en ontwikkelaarscompatibiliteit inhoudt; zie Stable’s eigen documentatie van het USDT0‑gasmodel (inclusief de verwijzing naar v1.2.0) en eventrapportage/aggregatie zoals de vermelding op CoinMarketCal en de berichtgeving waarnaar wordt verwezen in TradingView’s nieuwsfeed. Kijken we verder vooruit, dan schetst Stable’s documentatie een roadmap rond USDT‑specifieke throughput‑ en enterprise‑predictability‑features—waaronder gegarandeerde blockspace, transferaggregatie en een ZK‑enabled “confidential transfer”‑concept met compliance‑kadering—zoals uiteengezet in het overzicht van USDT‑specifieke features en de bredere architectuurpagina’s.

De structurele horde draait minder om het verschepen van features en meer om het bewijzen dat deze features duurzame vraag creëren vanuit betalingsverwerkers en fintechs, en niet slechts tijdelijke aandacht van traders: dat betekent blijvend hoog transactievolume, duidelijke validator‑economie, betrouwbare cross‑chain onboarding voor USDT0‑liquiditeit en governance‑legitimiteit die de toets van kritiek van zowel toezichthouders als geavanceerde tegenpartijen kan doorstaan.

Door een institutionele bril zal de levensvatbaarheid van Stable uiteindelijk worden beoordeeld op de vraag of het zich kan gedragen als infrastructuur—saai, voorspelbaar, controleerbaar—terwijl het toch voldoende decentralisatie en composability behoudt om te voorkomen dat het een broze, van één uitgever afhankelijke rail wordt.

​​Stable Info
Categorieën
Contracten
infobinance-smart-chain
0x011ebe7…a90075f