Bitcoin (BTC) lijkt voor zijn volgende grote koersbeweging meer afhankelijk te worden van de ontwikkeling van Amerikaanse rentes en olieprijzen dan van een nieuwe inflatieschok. Dat zeggen marktstrategen na publicatie van de Amerikaanse inflatiecijfers (CPI) over augustus, die de verwachtingen rond het rentebesluit van de Federal Reserve in september nauwelijks hebben verlegd.
De markt verwerkte het rapport grotendeels volgens verwachting: de totale inflatie steeg in augustus met 0,4% op maandbasis en 3,4% jaar op jaar. De kerninflatie (exclusief voedsel en energie) liep met 0,3% in de maand op en kwam 2,4% hoger uit dan een jaar eerder. Dat maandcijfer was iets sterker dan voorzien, maar de jaargroei zakte van 2,5%.
Bitcoin zakte direct na de publicatie richting 76.500 dollar, maar herstelde daarna tot rond 78.000 dollar. De lauwe reactie wijst erop dat handelaren niet langer primair naar het inflatiecijfer zelf kijken, maar naar de bredere financiële condities die bepalen of de cryptomunt zijn herstel kan vasthouden.
De kernvraag richting de Fed-vergadering van volgende week: wordt een eventuele renteverhoging met 25 basispunten gezien als een eenmalige zet, of als de opmaat naar een langere verkrappingscyclus?
Rente op Amerikaanse staatsleningen mogelijk belangrijker dan het CPI-cijfer
De rente op Amerikaanse staatsobligaties is uitgegroeid tot een cruciale graadmeter voor Bitcoin, omdat die bepaalt hoe markten de toekomstige koers van het monetaire beleid en de kapitaalkosten voor risicovolle beleggingen prijzen.
Lacie Zhang, onderzoeksanalist bij Bitget Wallet, stelt dat een duurzaam herstel van Bitcoin waarschijnlijk alleen mogelijk is als zowel de rente op Treasuries als de olieprijs stabiliseren, in combinatie met aanhoudende instroom in spot Bitcoin-ETF’s.
Markus Levin, medeoprichter van XYO, sluit zich daarbij aan en vindt dat beleggers de ontwikkeling van de Amerikaanse rente scherper in de gaten moeten houden dan de kop inflatiecijfers. Hij rekent op één renteverhoging met 25 basispunten in september, gevolgd door een pauze, in plaats van een langere reeks verhogingen.
Dat onderscheid kan volgens hem belangrijker worden dan de uitkomst van de septembervergadering zelf.
Een rentezet die al grotendeels is ingeprijsd, hoeft Bitcoin niet zwaar te treffen zolang de kapitaalmarktrentes onder controle blijven. Maar als de markt zich gaat instellen op meerdere extra verhogingen, ontstaat een aanzienlijk sterkere tegenwind voor de digitale munt.
Olieprijs vormt tweede inflatierisico
De olieprijs groeit uit tot een tweede bepalende factor, omdat een nieuwe, langdurige stijging van energieprijzen de inflatiedruk hoog kan houden, zelfs als de kerninflatie verder afkoelt.
De prijs van Brent-olie klom recent richting 110 dollar per vat door geopolitieke spanningen, om daarna weer wat terug te lopen. Die beweging voegt een extra onzekerheidslaag toe voor centrale banken, die al worstelen met hardnekkige inflatie en tegelijkertijd vrezen voor groeivertraging.
Voor Bitcoin is dit een indirect, maar wezenlijk risico. Duurdere olie kan de verwachting van strakker monetair beleid aanwakkeren, rentes verder omhoog duwen en daarmee de aantrekkelijkheid van speculatieve beleggingen verlagen.
Zhang waarschuwt dat de meest recente opleving van Bitcoin niet meer dan een tijdelijke ‘relief rally’ kan blijven, zolang zowel olieprijzen als staatsrentes niet tot rust komen.
Ook interessant: Sam Bankman-Fried vraagt nieuw proces in FTX-fraudezaak van 25 jaar
In dit krachtenveld kan Bitcoin onder druk komen te staan, zelfs zonder nieuwe opwaartse inflatiesurprise, als de energiemarkt de marktverwachtingen rond het toekomstige Fed-beleid opnieuw doet kantelen.
Bitcoin heeft meer nodig dan alleen een Fed-pauze in september
Het jongste inflatierapport heeft het scenario van een renteverhoging in september niet van tafel geveegd.
Iliya Kalchev, analist bij Nexo Dispatch, stelt dat de CPI-publicatie de Fed-keuze daadwerkelijk openlaat, aangezien de cijfers grosso modo overeenkwamen met de verwachtingen en niet duidelijk havikachtig of duifachtig uitpakten.
Daarmee blijft de centrale bank balanceren tussen nog altijd verhoogde inflatie en een arbeidsmarkt die voldoende veerkracht toont om een agressieve versoepeling lastig te rechtvaardigen.
De cruciale vraag voor de cryptomarkt is echter wat er ná september gebeurt.
Levin voorziet één verhoging gevolgd door een pauze. In dat scenario kunnen de financiële condities stabiliseren, zeker als beleggers meer vertrouwen krijgen dat het einde van de verkrappingscyclus in zicht is.
Een draai in de verwachtingen richting méér renteverhogingen zou het tegenovergestelde effect hebben en Bitcoin opnieuw in een langere periode van zwakte kunnen duwen.
ETF-vraag kan beslissen of Bitcoin boven 78.000 dollar blijft
Instroom van institutioneel kapitaal vormt een tweede lakmoesproef voor de vraag of Bitcoin strakkere financiële condities kan verteren.
Volgens Zhang is voortdurende instroom in spot Bitcoin-ETF’s noodzakelijk, in combinatie met stabiele rentes en olieprijzen, om een bestendig herstel te dragen. Zonder die mix dreigt de recente opleving te blijven steken in een kortstondige opleving.
Technisch zijn de niveaus op korte termijn inmiddels helder afgebakend. Zhang ziet de zone tussen 75.000 en 76.000 dollar als directe steun, met 80.000 dollar als eerste serieuze weerstand aan de bovenkant.
Lewis Huang, analist bij Bitget, stelt dat een overtuigende notering boven circa 76.270 dollar erop zou duiden dat de onderliggende vraag naar Bitcoin robuust blijft, ondanks de onzekerheid over het rentepad.
Daarmee staat Bitcoin in een markt waarin de volgende koersprikkel mogelijk niet uit een nieuw inflatiecijfer komt.
Beleggers zullen vooral letten op drie factoren: stabilisatie van de Amerikaanse rentes, verdere terugval van de olieprijs en een voldoende sterke heropleving van de ETF-instroom om de druk van een ‘hoger-voor-langer’ renteomgeving op te vangen.
Lees ook: Ethereum test steun op $2.438 terwijl EIP-8288 concept blijft

