OpenAI zegt dat een intern, nog niet uitgebracht model een van de zeven Millenniumprijsproblemen van de wiskunde heeft opgelost in 88 uur. Een groep vooraanstaande wiskundigen beschuldigt het bedrijf er nu van hun ongepubliceerde werk te hebben gekaapt.
Belangrijkste punten:
- Volgens OpenAI hebben zo’n 10.000 AI‑agenten een bewijs geleverd dat vloeistofvergelijkingen in eindige tijd kunnen ‘instorten’.
- Een hoogleraar van NYU stelt dat OpenAI pas aan het probleem begon nadat het lucht kreeg van zijn ongepubliceerde resultaten.
- Het Clay Mathematics Institute heeft het bewijs niet geaccepteerd en beschouwt het probleem formeel nog als onopgelost.
Details van het Navier–Stokes-bewijs van OpenAI
Het bedrijf publiceerde zijn resultaat op 8 september. Een intern systeem, dat nog niet commercieel beschikbaar is, zou hebben aangetoond dat de Navier–Stokes-vergelijkingen – de fundamentele vergelijkingen voor vloeistofstromen – in eindige tijd kunnen falen.
Ongeveer 10.000 autonome agenten rekenden parallel aan het probleem en kwamen na 88 uur tot een sluitende redenering. Het resulterende manuscript telt meer dan 160 pagina’s.
Deze rekenrun startte op 1 september, nadat bij OpenAI geruchten waren binnengekomen dat twee Millenniumproblemen door andere onderzoekers zouden zijn opgelost. GPT‑6 Astra had vervolgens nog 17 uur nodig om het bewijs te formaliseren in Lean, een taal die elke logische stap automatisch verifieert. Bestuurders schatten de kosten van de operatie in de miljoenen dollars en spraken daarover publiekelijk.
Ook interessant: LAPTOP crasht 99%, Hunter Biden verwerpt zwendelbeschuldigingen en wijst naar bots
Tristan Buckmaster betwist de eer
Tristan Buckmaster, hoogleraar wiskunde aan de New York University, stelt dat OpenAI het probleem pas grootschalig heeft opgepakt nadat het intern had gehoord over zijn ongepubliceerde resultaten. Buckmaster werkte bijna een jaar lang aan het vraagstuk, samen met Levent Alpöge, wiskundige bij rivaal Anthropic.
Beiden maakten intensief gebruik van OpenAI’s Codex-assistent bij het uitwerken van hun eigen bewijzen. OpenAI mag deze sessies als trainingsdata inzetten, tenzij gebruikers daar expliciet bezwaar tegen maken.
Het duo koos een uitzonderlijk smalle en weinig onderzochte aanpak van het probleem. Precies dat maakt de timing van OpenAI’s doorbraak volgens Buckmaster verdacht. Hij stelt dat OpenAI-wiskundige Sébastien Bubeck een compromis voorstelde waarbij Alpöge uit de auteurslijst zou verdwijnen, en hem vervolgens vroeg waarom hij zijn eigen carrière op het spel zou willen zetten.
OpenAI ontkent dat zijn onderzoekers of AI‑systemen vóór publicatie toegang hadden tot het werk van Buckmaster en Alpöge. Het bedrijf zegt dat er geen specifieke gebruikersdata in het project zijn gestopt. Wel erkent OpenAI dat geanonimiseerde data uit productgebruik de modellen kunnen hebben versterkt, maar houdt vol dat de twee bewijzen inhoudelijk duidelijk van elkaar verschillen.
Clay Institute houdt de kaarten tegen de borst
Terence Tao van UCLA prees de resultaten van Buckmaster en Alpöge, maar waarschuwde tegelijk dat competitieve AI‑runs het risico creëren dat wiskunde verwordt tot een soort quotaspel, met weinig echte wetenschappelijke meerwaarde.
Abhishek Saha, hoogleraar wiskunde aan Queen Mary University of London, typeerde de hele gang van zaken als precies het soort controverse dat wiskundigen doorgaans proberen te vermijden.
Martin Bridson, directeur van het Clay Mathematics Institute, noemde de aankondiging opwindend, maar benadrukte dat een grondige beoordeling tijd zal kosten. Het instituut houdt het Navier–Stokes-probleem daarom voorlopig formeel op de lijst van open kwesties.
Het Clay-instituut selecteerde in 2000 zeven Millenniumproblemen, elk met een beloning van 1 miljoen dollar. Sindsdien is slechts één probleem overtuigend opgelost: het Poincaré-vermoeden, in 2003 bewezen door Grigori Perelman, die zowel de prijs als de bijbehorende geldsom afwees.
Lees ook: Apple zet prijs voor eerste vouwbare iPhone Duo op $1.999, en dat is slecht nieuws voor Samsung





